Ruth (Dutch)

Ruth (Dutch)

1

1:1b.RUT.001.0011-2 In de tijd dat Israël door de richters werd geleid, trof een hongers-nood het land. Elimélech, een man uit Bethlehem in Juda, week daarom met zijn vrouw Naomi en hun twee zonen Machlon en Chiljon uit naar het land Moab.

1:3b.RUT.001.003Na verloop van tijd stierf Elimélech en Naomi bleef alleen achter met haar twee zonen.

1:4b.RUT.001.004Deze beide jongens, Machlon en Chiljon, trouwden met de Moabitische meisjes Orpa en Ruth. Toen zij ongeveer tien jaar getrouwd waren,

1:5b.RUT.001.005stierven beide mannen en bleef Naomi helemaal alleen achter.

1:6b.RUT.001.006Omdat zij in Moab had gehoord dat de HERE Zijn volk had gezegend met een goede oogst, waardoor er weer voldoende brood was, besloot zij met haar schoondochters terug te gaan naar Israël.

1:7b.RUT.001.007De drie vrouwen verlieten hun woonplaats en gingen op reis naar Juda. Eenmaal op weg veranderde Naomi echter van gedachten.

1:8b.RUT.001.008"Kunnen jullie niet beter naar je eigen moeder teruggaan?" vroeg zij haar schoondochters. "De HERE zal jullie belonen voor de liefde die jullie mijn zonen en mij hebben gegeven.

1:9b.RUT.001.009De HERE zal jullie zegenen met een nieuw huwelijk, zodat jullie weer veilig en beschermd zijn." Toen kuste zij hen en de twee meisjes barstten in tranen uit.

1:10b.RUT.001.010"Nee, nee", zeiden Orpa en Ruth, "wij willen met u mee naar uw volk!"

1:11b.RUT.001.011Maar Naomi wierp tegen: "Het is beter dat jullie teruggaan. Ik zal immers geen jongere zonen meer krijgen met wie jullie kunnen trouwen.

1:12b.RUT.001.012Nee, mijn dochters, ga terug naar je ouders. Ik ben nu te oud om opnieuw te trouwen. En zelfs al werd ik zwanger en bracht zonen ter wereld,

1:13b.RUT.001.013zouden jullie dan wachten met hertrouwen tot die oud genoeg waren? Natuurlijk niet, kinderen. Jullie hoeven je mijn verdriet niet aan te trekken, door wat de HERE mij tot nu toe heeft aangedaan."

1:14b.RUT.001.014Opnieuw barstten de vrouwen in tranen uit. Uiteindelijk kuste Orpa haar schoonmoeder vaarwel. Ruth besloot echter toch met Naomi mee te gaan.

1:15b.RUT.001.015"Kijk", zei Naomi, "Orpa gaat terug naar haar volk en haar goden. Ga toch met haar mee!"

1:16b.RUT.001.016Maar Ruth antwoordde: "Vraag mij alstublieft niet u te verlaten. Ik wil altijd bij u blijven. Uw volk zal mijn volk zijn en uw God mijn God.

1:17b.RUT.001.017Ik wil sterven waar u sterft en naast u worden begraven. God mag mij straffen als ik u verlaat vccr de dood ons scheidt!"

1:18b.RUT.001.018Toen Naomi zag dat Ruth vastbesloten was, drong zij niet langer aan.

1:19b.RUT.001.019Zo kwamen zij samen in Bethlehem, waar de hele stad in rep en roer raakte. "Is dat werkelijk Naomi?" vroegen de inwoners.

1:20b.RUT.001.020Maar Naomi antwoordde: "Noem mij geen Naomi meer. Noem mij Mara. (A) Want de Almachtige God heeft mij veel bittere ervaringen laten doorstaan.

1:21b.RUT.001.021Rijk ben ik weggegaan, maar de HERE heeft mij arm laten terugkeren. Waarom zouden jullie mij Naomi noemen als de HERE tegen mij is geweest en mij zoveel verdriet heeft aangedaan?"

1:22b.RUT.001.022Hun terugkeer uit Moab viel in de tijd dat de gerst werd geoogst.

2

2:1b.RUT.002.001In Bethlehem woonde Boaz, een familielid van Naomi's man. Hij was schatrijk.

2:2b.RUT.002.002Op een dag zei Ruth tegen Naomi: "Zal ik naar één van de akkers gaan om aren te verzamelen, die de maaiers laten vallen?" "Dat is goed, kind, ga je gang", zei Naomi.

2:3b.RUT.002.003De akker waar zij naar toe ging, bleek van Boaz te zijn.

2:4b.RUT.002.004Diezelfde dag ging Boaz kijken bij het werk op zijn akker. Na de maaiers te hebben begroet, vroeg hij de opzichter: "Wie is die jonge vrouw daar?"

2:6b.RUT.002.006"Dat is de vrouw die met Naomi is meegekomen uit Moab", antwoordde de opzichter.

2:7b.RUT.002.007"Zij heeft mij vanmorgen gevraagd of zij aren mocht rapen, die de maaiers laten vallen. Sindsdien is zij voortdurend bezig geweest, afgezien van een korte pauze."

2:8b.RUT.002.008Boaz liep naar haar toe en zei: "Luister eens, meisje, blijf maar hier om aren te verzamelen. Je hoeft niet naar een andere akker te gaan. Loop maar vlak achter mijn arbeidsters aan.

2:9b.RUT.002.009Ik heb mijn knechten gewaarschuwd dat ze je niet mogen lastigvallen. En als je dorst hebt, neem dan gerust wat water."

2:10b.RUT.002.010Daarop boog zij diep voor hem. "Waaraan heb ik deze vriendelijkheid te danken?" vroeg zij. "Ik ben immers maar een vreemdelinge?" "Ja, dat weet ik", antwoordde Boaz. "Ik heb gehoord wat je allemaal voor je schoonmoeder hebt gedaan na de dood van je man. En ook dat je je ouders en je vaderland hebt verlaten om hier bij een vreemd volk te komen wonen.

2:12b.RUT.002.012Moge de HERE, de God van Israël, onder Wiens vleugels je je toevlucht hebt gezocht, je hiervoor belonen."

2:13b.RUT.002.013"Dank u wel, meneer", antwoordde Ruth. "U bent zo vriendelijk voor mij, terwijl ik niet eens een arbeidster van u ben!"

2:14b.RUT.002.014Tegen etenstijd riep Boaz haar: "Kom, eet met ons mee; er is brood genoeg." Zij ging bij de maaiers zitten en at het geroosterde koren dat hij haar gaf. Zij kreeg meer dan ze opkon!

2:15b.RUT.002.015Toen Ruth weer aan het werk ging, zei Boaz tegen zijn knechten: "Zij mag ook tussen de korenschoven aren verzamelen en denk eraan dat jullie haar niet lastigvallen.

2:16b.RUT.002.016Trek ook zo nu en dan wat aren uit de schoven en laat die vallen, zodat zij die kan oprapen. Laat haar ongestoord haar gang gaan."

2:17b.RUT.002.017Zo werkte zij daar de hele dag. Toen zij 's avonds de aren uitklopte, bleek zij 22 liter gerst te hebben!

2:18b.RUT.002.018Zij nam het mee naar de stad en gaf het aan haar schoonmoeder, samen met wat zij had overgehouden van het middageten.

2:19b.RUT.002.019"Wat heb je veel!" riep Naomi uit. "Waar heb je dat vandaan? Wie is zo goed voor jou geweest?" Ruth vertelde wat die dag was gebeurd en dat de eigenaar van de akker Boaz heette.

2:20b.RUT.002.020"Prijs de HERE voor zo'n man", riep Naomi. "God is toch nog goed voor ons en voor jouw overleden man. Deze Boaz is één van onze naaste familieleden!"

2:21b.RUT.002.021"Hij heeft ook gezegd dat ik mocht terugkomen. Ik moet vlak achter zijn maaiers blijven tot de oogst voorbij is", vulde Ruth aan.

2:22b.RUT.002.022"Maar dat is prachtig", zei Naomi. "Je kunt beter bij hem werken dan bij een ander. Daar zouden ze je misschien lastigvallen."

2:23b.RUT.002.023Daarom bleef Ruth bij Boaz werken tot de gerst en de tarwe waren geoogst.

3

3:1b.RUT.003.001Enige tijd later zei Naomi tegen Ruth: "Kind, wordt het niet eens tijd dat ik iemand zoek met wie je kunt hertrouwen?

3:2b.RUT.003.002Wat vind je van Boaz? Hij is zo vriendelijk geweest jou bij hem te laten werken en bovendien is hij naaste familie van ons. Luister, ik weet dat hij vanavond gerst gaat wannen op de dorsvloer.

3:3b.RUT.003.003Doe nu wat ik je zeg: neem een bad, doe wat parfum op, trek je mooiste kleren aan en ga naar de dorsvloer. Maar laat je niet zien voordat hij klaar is met eten.

3:4b.RUT.003.004Let goed op waar hij gaat slapen. Ga er dan zachtjes naar toe, sla de deken aan het voeteneinde op en ga daar liggen. Hij zal je dan zeggen hoe hij over een huwelijk met jou denkt."

3:5b.RUT.003.005"Goed, ik zal doen wat u hebt gezegd", antwoordde Ruth.

3:6b.RUT.003.006Die avond ging zij naar de dorsvloer en deed precies wat haar schoonmoeder had gezegd.

3:7b.RUT.003.007Toen Boaz klaar was met eten, ging hij tevreden liggen slapen naast een korenhoop. Zachtjes sloop Ruth naar hem toe, lichtte de deken van zijn voeten op en ging daar liggen.

3:8b.RUT.003.008Rond middernacht schrok Boaz plotseling wakker en tastte in het donker om zich heen. Er lag een vrouw aan zijn voeten!

3:9b.RUT.003.009"Wie ben je?" vroeg hij. "Ik ben het, meneer", antwoordde Ruth. "Wilt u met mij trouwen? U bent immers mijn naaste bloedverwant." (A)

3:10b.RUT.003.010"Prijs de HERE voor een vrouw als jij", riep hij uit. "Hiermee toon je nog meer liefde dan eerst. Natuurlijk had je liever een jonge man gehad, ook al was die misschien armer geweest. Maar je hebt je eigen verlangens opzij gezet, zodat je overleden man een erfgenaam zal hebben als je met mij trouwt.

3:11b.RUT.003.011Welnu Ruth, maak je geen zorgen. Ik zal doen wat je vraagt, want iedereen in de stad weet wat een fijne vrouw jij bent.

3:12b.RUT.003.012Er is echter één probleem. Het klopt dat ik een naaste bloedverwant van je ben, maar er is iemand anders die nog nauwer aan je verwant is dan ik.

3:13b.RUT.003.013Blijf vannacht hier, dan ga ik morgenochtend met hem praten. Als h!j met je wil trouwen, moet je dat doen. Wil hij dat niet, dan word je mijn vrouw. Dat zweer ik bij de naam van de HERE. Blijf hier maar liggen tot de ochtend."

3:14b.RUT.003.014Zo bleef zij tot het aanbreken van de morgen aan zijn voeteneinde liggen en stond toen op, want hij had haar gezegd: "Niemand mag weten dat een vrouw op de dorsvloer is geweest."

3:15b.RUT.003.015"Houd je omslagdoek eens op", zei hij. Toen zij dat deed, goot hij er zes maten gerst in die hij haar meegaf. Daarna ging hij naar de stad.

3:16b.RUT.003.016"Hoe is het gegaan?" vroeg Naomi toen zij thuis kwam. Ruth gaf haar de gerst die zij had meegekregen en vertelde:

3:17b.RUT.003.017"Boaz zei dat ik niet met lege handen thuis mocht komen."

3:18b.RUT.003.018Toen zei Naomi tegen haar: "Wacht nu maar rustig af tot we horen wat er gebeurt, want Boaz zal niet rusten voordat dit is geregeld. Hij maakt het vandaag nog in orde."

4

4:1b.RUT.004.001Boaz ging bij de stadspoort zitten wachten op het andere familielid. Toen hij hem voorbij zag gaan, riep hij: "Zeg, hebt u even tijd voor mij? Ik wil iets met u bespreken!" De man kwam naar hem toe en ging naast hem zitten.

4:2b.RUT.004.002Daarna riep Boaz tien leiders van de stad en vroeg hun erbij te komen zitten als getuigen.

4:3b.RUT.004.003Boaz zei tegen zijn familielid: "U kent Naomi, die uit Moab is teruggekeerd, nietwaar? Zij wil het stuk land van Elimélech verkopen.

4:4b.RUT.004.004Ik meende dat het goed was er eerst met u over te spreken, zodat u het kunt kopen als u wilt, in het bijzijn van deze respectabele getuigen. Als u het wilt kopen, zeg het mij dan, want als u het niet neemt, doe ik het. U hebt het eerste recht van koop, daarna ik." De man antwoordde: "Goed, ik zal het kopen."

4:5b.RUT.004.005Maar Boaz voegde eraan toe: "Als u het land van Naomi koopt, moet u wel ook met haar Moabitische schoondochter Ruth trouwen. Dan kan zij kinderen krijgen, die Machlons naam zullen dragen en zijn land zullen erven."

4:6b.RUT.004.006"In dat geval kan ik het niet doen", antwoordde de man. "Daardoor zou mijn eigen bezit minder waard worden. Koopt u het maar."

4:7b.RUT.004.007In die tijd was het in Israël gewoonte dat als iemand het recht van koop aan een ander gaf, hij zijn sandaal uittrok en die aan de ander overhandigde. Deze handeling gaf openbare geldigheid aan de transaktie.

4:8b.RUT.004.008Toen de man tegen Boaz zei: "Koopt u het zelf maar", trok hij dus zijn sandaal uit.

4:9b.RUT.004.009Boaz keerde zich naar de getuigen en de mensen die er omheen stonden en zei: "U bent er allemaal getuige van dat ik nu alle vroegere bezittingen van Elimélech en zijn zonen Machlon en Chiljon heb gekocht van Naomi.

4:10b.RUT.004.010Ik zal ook trouwen met Ruth, de Moabitische weduwe van Machlon. Haar kinderen zullen Elimélechs naam dragen en zijn land erven."

4:11b.RUT.004.011Alle toehoorders en de getuigen stemden ermee in en zeiden: "Ja, wij zijn er getuige van. Moge de HERE deze vrouw die bij u komt wonen, veel kinderen geven. Net zoveel kinderen als Rachel en Lea, van wie het hele volk Israël afstamt! En wat uzelf betreft, neem een eervolle plaats in onder de mannen van Bethlehem.

4:12b.RUT.004.012Mogen de kinderen die de HERE u zal geven door deze jonge vrouw, even talrijk zijn als die van Perez, de zoon van Tamar en Juda."

4:13b.RUT.004.013Zo trouwde Boaz met Ruth. Nadat zij gemeenschap hadden gehad, raakte zij in verwachting en de HERE schonk hun een zoon.

4:14b.RUT.004.014De vrouwen van de stad zeiden tegen Naomi: "Prijs de HERE, want Hij heeft u een kleinzoon gegeven. Wij hopen dat zijn naam beroemd wordt in Israël.

4:15b.RUT.004.015Hij zal ervoor zorgen dat u zich weer jong voelt en u verzorgen als u dat zelf niet meer kunt. Dit jongetje is immers de zoon van uw schoondochter, de vrouw die zoveel van u houdt en u meer waard is dan zeven zonen!"

4:16b.RUT.004.016En Naomi nam het kind op schoot en zorgde er goed voor.

4:17b.RUT.004.017Haar buurvrouwen zeiden: "Eindelijk heeft Naomi weer een zoon!" Zij noemden het jongetje Obed. Hij werd de vader van Isaï en de grootvader van koning David.

4:18b.RUT.004.018Dit is de stamboom van David, te beginnen bij zijn voorvader Perez: Perez was de vader van Hezron, Hezron was de vader van Ram, Ram was de vader van Amminadab, Amminadab was de vader van Nahesson, Nahesson was de vader van Salmon, Salmon was de vader van Boaz, Boaz was de vader van Obed, Obed was de vader van Isaï en Isaï was de vader van David.


Holder of rights
Multilingual Bible Corpus

Citation Suggestion for this Object
TextGrid Repository (2025). Dutch Collection. Ruth (Dutch). Ruth (Dutch). Multilingual Parallel Bible Corpus. Multilingual Bible Corpus. https://hdl.handle.net/21.11113/0000-0016-9397-7